Inleiding
Begriptekeningen proberen uit te leggen:
- hoe iets in elkaar zit en welke positie het in de ruimte inneemt;
- hoe iets eruitziet en wat de belangrijkste kenmerken zijn;
- hoe iets ‘werkt’ (beweegt, functioneert, klinkt, …).
Bij de Wolken Begriptekeningen gaat het met name om het tweede punt: hoe zien wolken eruit? Dat maken we duidelijk met reliëftekeningen van vier in Nederland veel voorkomende wolkenvormen, aangevuld met deze uitlegtekst.
De uiterlijke verschijningsvorm van wolken hangt samen met hoe ze ‘werken’, dus hoe wolken zich vormen en waarom ze veranderen. Op deze meer natuurkundige kant gaan we hier minimaal in. Weerkundigen delen wolken bovendien in op basis van de hoogte in de atmosfeer waarop ze voorkomen. Ook op deze classificatie gaan we hier verder niet in. Als je meer over deze zaken wilt weten, bestel dan de Tekeningenband Wolken.
Op het vel lees je in de linkerbovenhoek de titel van dit begrip, namelijk ‘Begrip Wolk’. Daaronder vind je vier reliëftekeningen, allemaal onder elkaar geplaatst. De nummering loopt van boven naar beneden. Belangrijk vooraf is om je bij alle vier de wolkenvormen te realiseren dat er óf meerdere exemplaren in de lucht zijn, óf dat ze in formaties verschijnen; zelden zie je slechts een exemplaar aan de hemel.
Tekening 1: Stapelwolk (cumulus)
Bovenaan het papiervel in tekening 1 voel je de vorm van een mogelijke stapelwolk. De naam heeft te maken met hoe de wolk zich vormt: er komt steeds een laag bij, waardoor hij steeds hoger en hoger wordt. De stapelwolk is in basis een dikke, witte wolk die qua vorm op een bloemkool lijkt. Als je in tekening 1 de contouren volgt, voel je een doorgetrokken lijn die ronde boogjes maakt van verschillende groottes. De randen van cumuluswolken zijn vaak vrij scherp afgetekend zichtbaar aan de hemel, dat wil zeggen: je ziet goed waar de wolk 'ophoudt'. Vandaar de doorgetrokken lijn in de tekening. De onderkant van de wolk is plat. De wolk zelf, dus het deel binnen de contourlijnen, is in de tekening opgevuld met een fijne structuur van kleine stippen. De cumulus aan de hemel lijkt een beetje op een klomp wattenbolletjes of op een dot scheerschuim of slagroom. De vorm doet ook denken aan een wollig schaap zonder kop en poten. Een bobbelige vorm dus waarbij de bolle uitstulpingen bovenop en opzij zitten; de onderkant dus afgevlakt. In hogere luchtlagen verschijnt deze wolk vaak gegroepeerd en bijna op schematische wijze doet denken aan kuddes schapen. Als je naar de hemel kijkt zie je bijvoorbeeld vanaf de horizon ‘binnentrekken’.
Tekening 2: Stratuswolk
Op tekening 2, ietsjes naar onderen op het papiervel, voel je een volgende veel voorkomende wolkenvorm in Nederland: de zogenaamde stratuswolk. Stratuswolken zijn langgerekte wolken, in de tekening wederom gevuld met een fijne stippelstructuur. De vorm is veel platter dan die van de stapelwolk. Voor de contouren is nu een onderbroken lijn gebruikt om aan te geven dat de randen van dit soort wolken vaak diffuus zijn, niet zo scherp. Soms is er bij stratuswolken helemaal geen sprake van losse exemplaren met elk een eigen vorm. Ze vormen zich in meer of mindere mate aaneen met navenant meer of minder stukken blauwe hemel die er tussendoor ‘piept’. Deze wolkenvorm is overigens de meest voorkomende in West-Europa. Uiteindelijk kan de hemel zelfs helemaal grijs kleuren, met wellicht hier en daar een enkel ‘gat’ in de wolkendeken; daar zie je dan een stukje van de blauwe hemel. Ook kan er een straal zonlicht door het gat in de wolkendeken schijnen.
Als stratuswolken echt heel laag boven de aarde hangen, spreken we van mistbanken. Mist is het enige moment waarop een wolk enigszins voelbaar is; als je kleding en gezicht nat wordt van de minuscule waterdruppels. Maar de uiterlijke verschijningsvorm van een wolk - dat wat iemand ziet als hij naar de lucht kijkt - is dus alleen visueel waar te nemen. Het uiterlijk van wolken - vorm en kleur - verandert door allerlei weersinvloeden en is bovendien afhankelijk van wáár de waarnemer staat en hoe ver weg de wolk is. En als je er middenin staat - zoals bij mist - zie je helemaal geen wolk. Je merkt alleen dat het een beetje grijs is om je heen, er hangt een soort waas om je heen waar je moeilijk doorheen kunt kijken.
Tekening 3: Sluierbewolking
In tekening 3 nog verder naar beneden op het vel papier voel je drie schuine, meer verticale wolkenvormen die weerkundigen cirruswolken noemen. Ook hier hebben we de wolken binnenin weer een fijne stippelstructuur gegeven. Aan de hemel zien cirruswolken eruit als losse plukken of vegen met een draderige structuur, deels transparant, net als een sluier. Vandaar de naam ‘sluierbewolking’.
Tekening 4: regenwolk (stratocumulus)
Een andere in Nederland uiteraard bekende wolk is de stratocumulus; de wolk waaruit regen kan vallen. Deze vind je als laatste tekening onderaan het papiervel. Helemaal linksonder op de tekening voel je overigens nog een simpele lijn die een huisje met een puntdak voorstelt. Onder het huisje voel je een dikke, licht golvende horizontale lijn die over de gehele breedte van het papiervel loopt: de horizon.
Boven die horizonlijn voel je dus een regenwolk. De vorm ervan lijkt enigszins op die van een stapelwolk (cumulus) uit tekening 1. Uiteraard zijn er de nodige verschillen. Zo is de wolk hier in tekening 4 wat meer uitgestrekt, dus minder hoog van vorm. Ook is de onderzijde niet plat, maar net zo gegolfd als de rest van de wolk. Als zienden een wolk tekenen, maken ze vaak deze bolle vorm met golfjes rondom. En als zienden regen onder een wolk tekenen, doen ze dat met rechte of schuine verticale strepen of streepjes, net zoals je hier voelt.
Samengevat. Als zienden naar de hemel kijken, zien ze wolken stilstaan of voorbijdrijven: enkele ‘losse’ exemplaren of in meer of mindere mate aaneengesloten. Behalve als de hemel ‘helder’ is; helder wil zeggen zonder wolken. Maar als het niet helder is, dan zijn er wolken of wolkenmassa’s te bespeuren. Van sneeuwwit tot antracietgrijs en alle gradaties daartussen, soms vermengd met gele, paarse of groene tinten, afhankelijk van de weersomstandigheden en hoe het zonlicht valt.